top of page
logo.png
rood vlak

Hof van Justitie verduidelijkt pastiche-exceptie in het auteursrecht

  • Foto van schrijver: Thomas Vansteenkiste
    Thomas Vansteenkiste
  • 15 apr
  • 4 minuten om te lezen

Het Hof van Justitie heeft in een lang aanslepend geschil rond vermeend plagiaat door muzieksampling, uitleg gegeven over de reikwijdte van de zogenaamde "pastiche"-uitzondering in het auteursrecht.



Waarover gaat de zaak?


Het geschil dateert van 1997 toen het nummer "Nur Mir" van artiest Sabrina Setlur werd uitgebracht. De producer van dit nummer had hierin een korte en vertraagde drumsample uit het nummer "Metall auf Metall" van Kraftwerk opgenomen. Kraftwerk meent dat er sprake is van een inbreuk op haar auteursrechten en is destijds een procedure gestart tegen de producers van Nur Mir.


Deze zaak, die al bijna 20 jaar aansleept, kreeg recent een nieuwe wending door de implementatie van de pastiche-uitzondering in het Duitse auteursrecht. Deze uitzondering bestaat bij ons al langer, maar in Duitsland werd deze pas geïmplementeerd in 2021 naar aanleiding van de omzetting van de DSM-richtlijn.


Centraal staat dan ook de vraag hoe ver de zogenaamde pastiche-exceptie reikt en of de producers van Nur Mir zich op deze uitzondering kunnen beroepen om het gebruik van de sample uit Metall auf Metall zonder toestemming alsnog te verantwoorden. De Duitse nationale rechter heeft de vraag dan ook aan het Hof van Justitie gesteld, dat nu op 14 april 2026 een arrest heeft geveld (C-590/23).



Wat zegt het Hof over “pastiche”?


Het Hof omschrijft pastiche als een werk dat enerzijds verwijst naar een bestaand werk, maar anderzijds ook waarneembare verschillen heeft, en waarin bepaalde auteursrechtelijk beschermde kenmerken van dat bestaande werk worden hergebruikt om er een "als zodanig herkenbare artistieke of creatieve dialoog" mee aan te gaan.


Deze "dialoog" kan verschillende vormen aannemen, zoals een stijlimitatie, een eerbetoon of een humoristische of kritische confrontatie met het bestaande werk.


Het volstaat bovendien dat de pastiche als zodanig objectief herkenbaar is voor iemand die vertrouwd is met het bestaande werk. De gebruiker moet met andere woorden niet aantonen dat hij destijds het subjectieve voornemen had om een pastiche te maken.


Tegelijk zet het Hof duidelijke grenzen. De pastiche‑uitzondering kan niet worden ingeroepen voor verborgen imitatie of plagiaat. Het moet gaan om openlijk en herkenbaar gebruik van een bestaand werk.



Hoe zit het nu met sampling?


Is sampling van muziek nu wel of niet een toegelaten pastiche? Het antwoord is dat dit kan beschouwd worden als een pastiche, voor zover aan de bovenvermelde criteria zijn voldaan.


De centrale vraag is dus of de sample wordt gebruikt in een muzieknummer dat herinnert aan een bestaand nummer, maar er ook waarneembaar van verschilt, én vooral of het nieuwe nummer een (voor de luisteraar) herkenbare artistieke of creatieve dialoog met het oorspronkelijke nummer aangaat. Als dat het geval is, dan is het gebruik van de sample te beschouwen als een toegelaten pastiche en is hiervoor geen toestemming nodig van de auteursrechthebbende van het werk waaruit de sample gehaald is. Wie daarentegen louter een sample gebruikt om een eigen muzieknummer mee aan te vullen zonder een duidelijke artistieke link te leggen met het oorspronkelijke nummer, maakt geen pastiche en heeft hiervoor de voorafgaande toestemming van de auteursrechthebbende nodig.


Wat nu het verdict zal zijn in het dispuut tussen Kraftwerk en de producers van Nur Mir, zal afhangen van hoe de Duitse rechter verder aan de slag gaat met deze krijtlijnen van het Hof van Justitie.



Wat betekent dit voor de praktijk?


Deze uitspraak is in de eerste plaats uiteraard zeer relevant voor de muziekindustrie, en dit zowel voor artiesten als producers die regelmatig met muzieksamples werken, als voor de rechthebbenden die juist willen optreden tegen het gebruik van muzieksamples uit hun eigen repertoire.


Daarnaast is de pastiche-uitzondering uiteraard niet beperkt tot muzieksampling. Hoewel de uitspraak van het Hof specifiek kaderde in een plagiaatdispuut rond sampling, kunnen de principes uit het arrest zeker ook doorgetrokken worden naar andere creatieve sectoren, zoals de filmwereld, beeldende kunst, literatuur, enzovoort.


Betekent dit alles dat we vanaf nu ongebreideld en zonder toestemming erop los kunnen samplen of allerlei elementen zomaar mogen hergebruiken in een eigen werk onder het voorwendsel van pastiche? Het antwoord is neen.

Ten eerste blijft de toepassing van de pastiche-uitzondering nog enigszins een grijze zone waarbij de omstandigheden van de zaak en de appreciatie van de rechter doorslaggevend zijn.

Ten tweede is er een duidelijke ondergrens en kunnen verborgen imitatie en plagiaat niet als pastiche worden beschouwd, dus het zonder toestemming gebruiken van samples om jouw eigen muzieknummer louter mee aan te vullen blijft plagiaat.

Ten derde is de pastiche-uitzondering nog altijd een optionele uitzondering op het auteursrecht in de EU waardoor lidstaten deze niet verplicht hoeven over te nemen in het nationale recht. Dit betekent dat deze uitzondering niet in iedere lidstaat van toepassing is. Dit kan er dus voor zorgen dat een bepaald gebruik in de ene lidstaat een aanvaardbare pastiche is, terwijl dit in een andere lidstaat een inbreuk op het auteursrecht is. Voor internationale sectoren zoals de muzieksector biedt dit dus geen volledige rechtszekerheid.


De grootste zekerheid verkrijg je dus nog altijd door de toestemming van de auteursrechthebbende te verkrijgen als je elementen uit een bestaand werk wil hergebruiken. Niettemin bevestigt dit arrest wel dat er binnen de EU een zekere beweegruimte bestaat voor artistiek hergebruik.


Vragen over het auteursrecht en de uitzonderingen daarop? Neem gerust contact op met ons via het contactformulier.


bottom of page