top of page

Camerabewaking: onderscheid tussen rechtmatige verwerking en rechtmatige raadpleging

De GBA nam recent twee nieuwe beslissingen met betrekking tot klachten inzake camerabeelden. De ene beslissing werd genomen op 24 mei 2023, de andere een maand later, op 22 juni 2023. Uit het samenleggen van beide beslissingen, valt af te leiden dat er een nuance moet gemaakt worden tussen het rechtmatig plaatsen en verwerken van camerabeelden en het rechtmatig raadplegen van deze camerabeelden.


Rechtmatige verwerking

Persoonsgegevens moeten worden verwerkt op een wijze die ten aanzien van de betrokkene rechtmatig, behoorlijk en transparant is. De verwerki

veiligheidscamera's aan de muur

ng is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de in artikel 6 AVG bedoelde verwerkingsgronden is voldaan.


Camerabewaking kan enkel geplaatst worden indien dit noodzakelijk is, wat inhoudt dat het doel waarvoor de camera’s worden geplaatst niet op een andere manier bereikt kan worden. De persoonsgegevens die aan de hand van camera’s worden verzameld, moeten voor specifieke, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld en mogen vervolgens niet voor andere onverenigbare doeleinden worden verwerkt (“doelbinding”).


De verwerkingsverantwoordelijke dient daarbij passende maatregelen te nemen opdat de betrokkene alle nodige informatie over de verwerking in transparante en begrijpelijke vorm ontvangt (“informatieverplichting”). Wat betreft camerabewaking, omvat dit onder meer het duidelijk zichtbaar aanbrengen van een camerabewakingssticker. De AVG voorziet bovendien in een verantwoordingsplicht voor de verwerkingsverantwoordelijke: de verwerkingsverantwoordelijke is verantwoordelijk voor de naleving van de AVG en moet dit ook kunnen aantonen.


De feiten


Op 1 februari 2021 werd een klacht ingediend bij de GBA met betrekking tot het plaatsen van een bewakingscamera bij een glasbak. Het beeldmateriaal van de bewakingscamera wordt gebruikt voor het opleggen van GAS-boetes. Aan de klager werd een boete opgelegd nadat hij bij het plaatsen van zijn lege flessen in de glasbak een of meer flessen naast de bak had laten staan. In zijn klacht aan de GBA stelt de klager zich de vraag of de bewakingscamera rechtsgeldig werd geplaatst.


In de tweede beslissing werd op 31 mei 2022 een klacht ingediend bij de GBA met betrekking tot camerabeelden uit een supermarkt. De camerabeelden werden geraadpleegd in het kader van een klantentevredenheidsonderzoek. Een medewerker van de verwerkingsverantwoordelijke had de camerabeelden geraadpleegd om na te gaan waar of door wie de klaagster tijdens haar bezoek aan de supermarkt onvriendelijk bejegend zou zijn geweest. De medewerker liet aan de klaagster weten dat uit de beelden niet kon worden opgemaakt dat zij onvriendelijk behandeld geweest is en zond daarbij een screenshot waarop zowel de kassa-medewerkster als de klaagster zelf lachend te zien waren.


Gelijkenis


In beide zaken dienden de klagers een klacht in naar aanleiding van het gebruik van camerabeelden waarop zij te zien waren. De ene nadat hij de glasbak had bezocht, de andere nadat zij een lage score gaf in een tevredenheidsenquête. Beiden kregen screenshots van de beelden waarop zij te zien waren, opgestuurd.


Onderscheid


De litigieuze verwerking in de zaak van de glasbak betreft het maken van beeldmateriaal door camera’s aan glasbakken, waarbij dit beeldmateriaal achteraf gebruikt wordt in het kader van het opleggen van een GAS-boete.


veiligheidscamera geschilderd op de muur

De GBA beperkt zich in deze zaak tot de vraag of de verwerking op rechtmatige wijze gebeurt. De GBA beslist hierbij dat de verwerking noodzakelijk is voor de vervulling van een taak van algemeen belang of van een taak in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen (artikel 6, lid 1, e) AVG). De beelden kunnen in dat kader bekeken worden, waardoor de verwerking desgevallend rechtmatig is.


De litigieuze verwerking in de zaak van de supermarkt betreft het raadplegen van camerabeelden in het kader van het onderzoek naar aanleiding van de mindere score op de tevredenheidsenquête.


De GBA maakt in deze beslissing een nuance tussen de rechtmatigheid van de verwerking en de rechtmatige raadpleging van de camerabeelden. Aangezien het voorwerp van de klacht geen betrekking heeft op de rechtmatigheid van de verwerking, werd dit aspect niet verder onderzocht. De GBA beperkte zich tot de beoordeling van de al dan niet rechtmatige raadpleging van de beelden.


Hoewel de camera’s misschien wel rechtmatig werden geplaatst in de supermarkt, oordeelde de GBA dat er sprake is van een schending op artikel 5, lid 1, a), artikel 6, lid 1 AVG, omdat het beeldmateriaal niet rechtmatig werd geraadpleegd. In tegenstelling tot de vorige beslissing werden de bewakingscamera’s door de supermarkt geplaatst onder de verwerkingsgrond van het gerechtvaardigd belang.


Opdat de verwerking op grond van het gerechtvaardigd belang van de supermarkt rechtsgeldig zou zijn, moet aan drie cumulatieve voorwaarden zijn voldaan.


De verwerkingsverantwoordelijke moet ten eerste kunnen aantonen dat de belangen die hij met de verwerking nastreeft als gerechtvaardigd kunnen worden erkend (de “doeltoets”). De GBA is van oordeel dat het nastreven van de klanttevredenheid de doeltoets doorstaat.


Ten tweede moet de beoogde verwerking noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van die belangen (de “noodzakelijkheidstoets”). Ook aan deze voorwaarde lijkt voldaan te zijn volgens de GBA, aangezien de camerabeelden noodzakelijk zijn om een duidelijk beeld te krijgen van de aard van de interacties van de klaagster met het personeel van de supermarkt.


Ten slotte moet de verwerkingsverantwoordelijke een afwegingstoets doorvoeren. Het is bij deze derde voorwaarde dat de GBA tot de conclusie komt dat de belangen van de supermarkt voor het raadplegen van de beelden in het kader van een tevredenheidsenquête minder zwaar doorwegen dan de privacy-rechten van de betrokkene. Het consulteren van de beelden voor deze reden is aldus onrechtmatig en maakt een inbreuk uit op de AVG.


Daarnaast stelt de GBA dat de supermarkt niet aantoont dat zij aan haar informatieverplichting

veiligheidscamera die aan een blauw en gele muur hangt

heeft voldaan. De informatie moest overeenkomstig de artikelen 12 en 13 AVG aan de klaagster worden bezorgd in het kader van het onderzoek dat werd uitgevoerd door een medewerker in navolging van de tevredenheidsenquête, quod non.


Om deze redenen besliste de GBA om de supermarkt te berispen omdat het raadplegen van camerabeelden op onrechtmatige wijze, en zonder te voldoen aan de toepasselijke transparantie- en informatieverplichtingen een inbreuk op de AVG inhoudt. De GBA hield in haar beslissing rekening met verzachtende omstandigheden zoals het feit dat het om een eenmalig menselijk (en geen technisch) incident ging, er geen kwaadwillige intenties waren, de verwerking niet stelselmatig en op grote schaal wordt uitgevoerd en dat deze geen deel uitmaakt van de hoofdactiviteit van de supermarkt.


Conclusie


Uit de recente beslissingen van de GBA blijkt dat er een nuance bestaat tussen de rechtmatige verwerking en de rechtmatige raadpleging van camerabeelden. Hoewel de rechtmatige verwerking van persoonsgegevens vereist dat aan de AVG-verwerkingsgronden, doelbinding en informatieverplichtingen wordt voldaan, kan de rechtmatige raadpleging van camerabeelden afzonderlijk worden beoordeeld. De GBA oordeelt dat de raadpleging van camerabeelden van de supermarkt voor een klanttevredenheidsonderzoek in strijd is met de AVG, ondanks de rechtmatige plaatsing van de camera’s. De GBA benadrukt daarbij dat de transparantie- en informatieverplichtingen cruciaal zijn bij zowel de verwerking als de raadpleging van camerabeelden.


Lisa D'heygere

Olivier Sustronck

댓글


bottom of page