De mede-insolventie functionaris bij insolventie

4 (Demo)

Sinds de hervorming van het insolventierecht op 1 mei 2018 kunnen de vrije beroepers ook een faillissementsprocedure doorlopen. Gelet op de ingrijpende aard van deze verandering en vanuit de bedoeling van de wetgever om de eigenheid van de vrije beroepen te behouden, werd als keerzijde voorzien dat een mede-insolventiefunctionaris wordt aangesteld vanuit de beroepsgroep van de failliete vrije beroeper.

A. Ontstaansreden

Het toepassingsgebied van het hervormde insolventierecht in Boek XX Wetboek Economisch Recht, werd gevoelig uitgebreid naar “ondernemingen”. In tegenstelling tot het vroegere aanknopingspunt, de “handelaar”, zijn beoefenaars van vrije beroepen ook te beschouwen als ondernemingen, waardoor zij vanaf nu dus evenzeer in faillissement kunnen gaan.

Een bijkomende vernieuwing die hiermee gepaard gaat, is de “mede-insolventiefunctionaris”. Dit is een persoon die naast de “gewone” insolventiefunctionaris kan worden aangesteld door de rechtbank indien een insolventieprocedure wordt geopend met betrekking tot een vrij beroep zoals de cijferberoepen. De mede-insolventiefunctionaris is dan iemand die werkzaam is in dezelfde beroepsgroep als de insolvabele onderneming. Stel dus dat een bedrijfsrevisor failliet gaat, dan zal naast de curator, ook een collega-bedrijfsrevisor worden aangesteld als medecurator. De bedoeling van de wetgever is duidelijk, met name om de specificiteit van de beroepsgroep te respecteren en om een zo goed mogelijke bijstand aan de insolvabele onderneming te verlenen.

B. Aanstelling

In twee gevallen is de rechtbank verplicht om een mede-insolventiefunctionaris aan te stellen. Dit is ten eerste bij een procedure overdracht onder gerechtelijk gezag van een cijferberoeper (‘WCO3’) en ten tweede indien een vrije beroeper in faillissement gaat. Ook buiten het geval van faillissement of overdracht onder gerechtelijk gezag blijft de rechtbank in de mogelijkheid om al dan niet een mede-insolventiefunctionaris aan te stellen.

Het is wel eerst aan de beroepsorganen om een lijst op te stellen wie als mede-insolventiefunctionaris kan worden aangesteld in een insolventieprocedure. Voor de cijferberoepen zijn de volgende instituten hiertoe bevoegd:

  • Het IBR voor bedrijfsrevisoren
  • Het BIBF voor erkende boekhouders en fiscalisten
  • Het IAB voor accountants en belastingconsulenten

3. Opdracht van de mede-insolventiefunctionaris

De voornaamste opdracht van de mede-insolventiefunctionaris is om de “gewone” insolventiefunctionaris (gerechtsmandataris/curator) bij te staan in de afwikkeling van de insolventieprocedure van de cijferberoeper. Zo kan de insolventiefunctionaris bij hem terecht om adviezen in te winnen omtrent specifieke beroepstechnische en deontologische aspecten. Bijvoorbeeld bij een faillissement van een cijferberoeper, zal de mede-curator normaalgezien een betere afweging kunnen maken of de voortzetting van de ondernemingsactiviteit in de loop van de faillissementsprocedure al dan niet aangewezen is.

Daarnaast moet hij ook de nodige maatregelen nemen zodat de regels rond de bewaring van dossiers en documenten van de cijferberoeper gerespecteerd blijven na het afsluiten van de insolventieprocedure.

4. Vergoeding

Wat tenslotte de vergoeding betreft, moet een onderscheid gemaakt worden tussen de medecurator en de overige mede-insolventiefunctionarissen.

Indien een cijferberoeper failliet gaat, wordt zoals gezegd een mede-curator aangesteld naast de gewone curator. In dat geval geldt de regel dat zij als een college optreden, en bijgevolg de vergoeding voor de persoon van één curator onder elkaar zullen moeten verdelen. Indien de groep van curatoren geen overeenkomst bereikt over de verdeling, zal de rechtbank erover oordelen.

De vergoedingsregeling voor de overige insolventiefunctionarissen in andere insolventieprocedures kan als volgt geschetst worden. Eerst moet de mede-insolventiefunctionaris binnen 8 dagen na zijn aanstelling, een schatting neerleggen in het Centraal Register Solvabiliteit (“RegSol”). Deze schatting kan in de loop van de insolventieprocedure nog worden herzien indien het ereloon het geschatte bedrag zou overstijgen. De uiteindelijke vergoeding van de mede-insolventiefunctionaris wordt vervolgens bepaald door de rechtbank in functie van (1) de gepresteerde uren, (2) de prestaties waarop deze uren betrekking hebben en (3) de gemaakte kosten.

Dit artikel is verschenen in het tijdschrift ‘Creatief Boekhouden’, 2018 bij WoltersKluwer

Gerelateerde berichten