Nieuwe rol voor cijferberoepers bij gerechtelijke reorganisatie

23.jpg

Cijferberoepers kregen sinds de wetswijziging van de WCO in 2013 en de Interinstitutenaanbeveling van 2016, een belangrijke rol bij de opsporing en begeleiding van ondernemingen in moeilijkheden. De cijferberoeper heeft namelijk zowel een preventieve taak via hun detectie- en meldingsopdracht van  continuïteitsbedreigende feiten, als een remediërende taak in de vorm van een bijstandsfunctie bij de opstart van een procedure tot gerechtelijke reorganisatie. Boek XX van het Wetboek van Economisch Recht bevestigde
en versterkte deze rol nog.


Taken van de cijferberoeper

Waar de cijferberoepers in het “oude” insolventierecht maar een begeleidende taak hadden, is hun rol gevoelig verruimd door de wetswijziging van 27 mei 2013, dat verder werd verduidelijkt in de Interinstitutenaanbeveling van het IBR, het IAB en het BIBF van 2016 (zie Creatief Boekhouden, nr. 6, 18 maart 2016).

Het opdrachtenpakket van de cijferberoeper valt enerzijds uiteen in een preventieve taak, en anderzijds in een remediërende taak.

Preventieve taak

De preventieve taak van de cijferberoeper bestaat uit een detectie- en een meldingsopdracht.

Ten eerste voorziet de wet een meldingsplicht voor de externe cijferberoepers die kennis krijgen van “gewichtige en overeenstemmende feiten die de continuïteit van economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen brengen”. In dat geval moet de externe cijferberoeper de onderneming in moeilijkheden (of het bestuursorgaan) hiervan inlichten. Het begrip “gewichtige en overeenstemmende feiten” is ruim op te vatten. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:
■ veroordelende verstekvonnissen;
■ RSZ- of btw-achterstand;
■ de vennootschap zit in een situatie waardoor de alarmbelprocedure moet worden toegepast (namelijk indien de helft of drie vierden van het kapitaal is verloren gegaan);
■ bepaalde aanwijzingen van financiële aard zoals de ongunstige evolutie van de financiële structuur en van de rendabiliteit;
■ bepaalde aanwijzingen van operationele aard zoals het vertrek van sleutelpersoneel
zonder dat in vervanging wordt voorzien;
■ …

Ten tweede verwacht de wet van de cijferberoepers dat zij de zaak opvolgen. Als de onderneming vervolgens binnen de maand na deze kennisgeving geen maatregelen treft om de continuïteit van de onderneming voor minstens 12 maanden te waarborgen, kan de externe cijferberoeper de voorzitter van de rechtbank van koophandel schriftelijk inlichten zonder schending van zijn beroepsgeheim. Vroeger konden alleen bedrijfsrevisoren en accountants deze melding doen zonder een overtreding van het beroepsgeheim te begaan. Sinds de hervorming van 1 mei 2018, werd deze mogelijkheid verruimd naar erkende boekhouders en boekhouders-fiscalisten. Deze melding is geen verplichting in tegenstelling tot de hierboven besproken meldingsplicht aan de onderneming zelf.

Tot slot heeft de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden (vroeger: kamer voor handelsonderzoeken) of de rechter-verslaggever ook de mogelijkheid om inlichtingen in te winnen bij de externe cijferberoepers over de aanbevelingen die zij hebben gedaan aan de onderneming en over de eventuele maatregelen die de onderneming heeft genomen om haar continuïteit te waarborgen. De draagwijdte van deze vraagstelling is daarom eerder beperkt en de wetgever gaat er ook vanuit dat de externe cijferberoeper op het tijdstip van de vraagstelling het continuïteitsprobleem al heeft vastgesteld en de onderneming hiervan heeft ingelicht.

Remediërende taak

Daarnaast hebben de cijferberoepers ook een belangrijke taak bij de voorbereiding van een aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie.
Wie een procedure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt, moet een verzoekschrift aan de rechtbank richten met in bijlage verschillende documenten. De externe cijferberoeper moet de onderneming bijstaan met betrekking tot een aantal van deze documenten, met name bij:
■ de boekhoudkundige staat die het actief en het passief weergeeft;
■ de resultatenrekening die niet ouder dan drie maanden mag zijn;
■ een begroting met een schatting van inkomsten en uitgaven voor ten minste de duur van de gevraagde opschorting.

De vroegere wet op de continuïteit van de ondernemingen stelde dat de staat van actief en passief en de resultatenrekening “onder toezicht” van de externe cijferberoeper moest worden opgesteld, in plaats van “met zijn bijstand” zoals dit werd bepaald i.v.m. de begroting. Er bestond discussie over de draagwijdte van beide termen. In de hervormde regeling werd deze onduidelijkheid weggewerkt. Zij bepaalt alleen nog dat deze drie documenten met de bijstand van de cijferberoeper moeten worden opgesteld.
De meerwaarde van deze bijstandsopdrachten van de cijferberoepen wordt gevormd door de objectivering van de informatie die aangeleverd werd door het bestuursorgaan. De rechtbank zal op die manier de mogelijkheden tot reorganisatie en de kans dat de continuïteit van de onderneming behouden kan blijven, beter kunnen inschatten. De cijferspecialist moet hierbij niet actief de correctheid of de volledigheid van de informatie nagaan. Een beroepsbeoefenaar die toch vaststelt dat bepaalde informatie onvolledig, inaccuraat, onredelijk of onvoldoende is, moet het bestuursorgaan vragen om aanvullende of gecorrigeerde informatie.

Conclusie
Het is duidelijk dat de wijzigingen in de regels in verband met de gerechtelijke reorganisatie, een belangrijke impact hebben voor de cijferberoepen. Niet alleen hebben zij een meer essentiële rol gekregen in de opsporing van en bijstand bij ondernemingen in moeilijkheden en bij de aanvraag tot gerechtelijke reorganisatie, maar zij kunnen nu ook zelf beroep doen op de procedure tot gerechtelijke reorganisatie.

Dit artikel is verschenen in het tijdschrift Creatief Boekhouden nr. 16 -2018 bij WoltersKluwer

Gerelateerde berichten