Bedrijfsjuristen en mededingingsrecht: wat valt onder het beroepsgeheim?

22 (Demo)

Door de recente aanpassing en verscherping van het Belgisch mededingingsrecht, zullen veel bedrijfsleiders zich de vraag stellen naar de status van de adviezen van hun interne bedrijfsjuristen: stel dat een mededingingsautoriteit binnenvalt op zoek naar belastende informatie, mogen zij die interne adviezen dan ongeremd in beslag nemen en als bewijsmateriaal gebruiken?

Reeds geruime tijd bestaat er onduidelijkheid en wordt de discussie gevoerd omtrent het beroepsgeheim bij bedrijfsjuristen. Deze discussie werd in de hand gewerkt door de wet van 1 maart 2000 tot oprichting van een instituut voor bedrijfsjuristen. Artikel 5 van deze wet stelt dat “de door de bedrijfsjurist verstrekte adviezen, ten gunste van zijn werkgever en in het kader van zijn functie van juridisch raadsman, confidentieel zijn” . Gelet op de vage bewoording kon de discussie worden gevoerd omtrent de precieze invulling van het begrip ‘confidentieel’. Hoewel de wet het beroepsgeheim, gesteund op artikel 458 van het Strafwetboek, bv. wel aan advocaten maar niet aan de bedrijfsjuristen toekent, beweerden de bedrijfsjuristen steevast dat hun adviezen ook onder het beroepsgeheim vielen. Deze discussie is pertinent in het kader van het mededingingsrecht, aangezien de mededingingsautoriteit niet over de mogelijkheid beschikt om hetgeen onder het beroepsgeheim valt, in beslag te nemen.

Alhoewel de precieze contouren van de bescherming waarvan adviezen van bedrijfsjuristen genieten nog niet volledig uitgeklaard zijn, heeft het Hof van Beroep te Brussel in een arrest van 5 maart 2013 grosso modo geoordeeld dat de adviezen van bedrijfsjuristen niet in beslag kunnen worden genomen door de Belgische mededingingsautoriteit. Toch dient deze uitspraak genuanceerd te worden.

Zo verliest een advies van een bedrijfsjurist volgens het Hof van Beroep sowieso haar vertrouwelijkheid wanneer de werkgever dit document of de inhoud ervan overmaakt aan een persoon buiten de onderneming.

De door het Hof van Beroep te Brussel geponeerde stelling, namelijk dat de adviezen van bedrijfsjuristen niet in beslag kunnen genomen worden door de Belgische mededingingsautoriteit, staat echter lijnrecht tegenover het standpunt van de Belgische mededingingsautoriteit en de Europese Commissie,  alsook is deze in strijd met de Akzo-rechtspraak van het Hof van Justitie. Deze instanties kennen immers geen vertrouwelijkheid (“legal professional privilege”) toe aan de adviezen van bedrijfsjuristen.

Samenvattend kan worden aangenomen dat er, ondanks het arrest van het Hof van Beroep te Brussel van 5 maart 2013, nog steeds enige voorzichtigheid aan de dag moet gelegd worden bij interne adviezen van bedrijfsjuristen.  Er is immers een duidelijk onderscheid tussen de visie inzake confidentialiteit op Europees niveau en de confidentialiteit op Belgisch niveau. Ondertussen werd reeds een onderzoek uitgevoerd in het kader van een mogelijke Europese regeling betreffende het zakengeheim. Het is dus vrij aannemelijk dat de huidige oplossing van het Hof van Beroep te Brussel van korte duur zal zijn, zeker als de Europese regeling in lijn ligt met de rechtspraak van het Hof van Justitie. Indien de Europese regeling er komt, zal deze per slot van rekening primeren op het Belgisch recht. Een diligente bedrijfsleider kan hier beter nu al op anticiperen en zijn intern communicatiebeleid onder de loep nemen!